Language Learning (CEFR A1–C2) Nederlands 15 Interactive Flashcard Decks

De beste flashcard-sets om 中文 (Chinese) woordenschat te leren: A1–B2 Gids

Leer de 480 belangrijkste dagelijkse woorden en zinnen in het 中文 (Chinese) via 15 thematische flashcard-sets (A1–B2) met voorbeeldzinnen en spaced repetition.

Klaar om direct te beginnen met oefenen?

Om vol vertrouwen 中文 (Chinese) te spreken in het dagelijks leven, leer je eerst de 480 meest gebruikte concrete woorden en uitdrukkingen, verdeeld over 15 praktische thema's met Active Recall en Spaced Repetition (FSRS-4.5).


Waarom concrete dagelijkse woordenschat het snelst werkt

Door concrete zelfstandige naamwoorden te combineren met de 32 belangrijkste werkwoorden en 32 bijvoeglijke naamwoorden kun je vanaf week één duizenden eigen zinnen maken.


De 15 essentiële thematische 中文 flashcard-sets (480 kernwoorden)

Set 1: Begroetingen, beleefde woorden en dagelijkse zinnen (32 kaarten)

Hallo, goedemorgen, alstublieft, dank u wel, pardon en essentiële eerste gesprekken.

Woord (中文) Betekenis (Nederlands) Voorbeeldzin & vertaling
你好 (nǐ hǎo) Hallo 你好,今天好吗? (nǐ hǎo, jīntiān hǎo ma?) — Hallo, hoe is je dag?
早上好 (zǎoshang hǎo) Goedemorgen 早上好,请喝咖啡 (zǎoshang hǎo, qǐng hē kāfēi) — Goedemorgen, heb je goed geslapen?
下午好 (xiàwǔ hǎo) Goedemiddag 下午好,欢迎光临 (xiàwǔ hǎo, huānyíng guānglín) — Goedemiddag, welkom in onze winkel.
晚上好 (wǎnshang hǎo) Goedenavond 晚上好,晚饭好了 (wǎnshang hǎo, wǎnfàn hǎo le) — Goedenavond, het eten is klaar.
晚安 (wǎn'ān) Welterusten 晚安,祝你做个好梦 (wǎn'ān, zhù nǐ zuò gè hǎo mèng) — Welterusten, slaap lekker vannacht.
再见 (zàijiàn) Tot ziens 再见,我们下次见 (zàijiàn, wǒmen xiàcì jiàn) — Tot ziens, tot snel weer.
明天见 (míngtiān jiàn) Tot morgen 明天早上学校见 (míngtiān zǎoshang xuéxiào jiàn) — Tot morgenochtend op het werk.
请 (qǐng) Alsjeblieft 请给我一杯水 (qǐng gěi wǒ yī bēi shuǐ) — Geef me het water, alsjeblieft.
谢谢 (xièxie) Dank je 谢谢你的热心帮助 (xièxie nǐ de rèxīn bāngzhù) — Dank je voor je hulp.
非常感谢 (fēicháng gǎnxiè) Hartelijk dank 非常感谢你的礼物 (fēicháng gǎnxiè nǐ de lǐwù) — Hartelijk dank voor alles vandaag.

👉 Bestudeer deze set op Flashcards World: 中文 (Chinese) — Begroetingen, beleefde woorden en dagelijkse zinnen


Set 2: Getallen, dagen van de week, maanden en tijd (32 kaarten)

Basisgetallen, maandag tot zondag, seizoenen, vandaag, morgen en klokkijken.

Woord (中文) Betekenis (Nederlands) Voorbeeldzin & vertaling
一 (yī) één (1) 我有一张今天的票 (wǒ yǒu yī zhāng jīntiān de piào) — Ik heb één kaartje voor vandaag.
二 (èr) twee (2) 请给我两个人的桌子 (qǐng gěi wǒ liǎng gè rén de zhuōzi) — Een tafel voor twee personen.
三 (sān) drie (3) 我们家里有三只猫 (wǒmen jiālǐ yǒu sān zhī māo) — We hebben drie katten thuis.
四 (sì) vier (4) 这里有四把椅子 (zhèlǐ yǒu sì bǎ yǐzi) — Er staan hier vier stoelen.
五 (wǔ) vijf (5) 请再给我五分钟 (qǐng zài gěi wǒ wǔ fēnzhōng) — Geef me alsjeblieft vijf minuten.
六 (liù) zes (6) 我每天六点钟起床 (wǒ měitiān liù diǎnzhōng qǐchuáng) — Ik sta om zes uur op.
七 (qī) zeven (7) 一个星期有七天 (yī gè xīngqī yǒu qī tiān) — Een week heeft zeven dagen.
八 (bā) acht (8) 我们早上八点开始上班 (wǒmen zǎoshang bā diǎn kāishǐ shàngbān) — De les begint om acht uur.
九 (jiǔ) negen (9) 火车在九点钟出发 (huǒchē zài jiǔ diǎnzhōng chūfā) — De trein vertrekt om negen uur.
十 (shí) tien (10) 这本书只要十块钱 (zhè běn shū zhǐ yào shí kuài qián) — Dit boek kost tien euro.

👉 Bestudeer deze set op Flashcards World: 中文 (Chinese) — Getallen, dagen van de week, maanden en tijd


Set 3: Huis, kamers, meubels en dagelijkse voorwerpen (32 kaarten)

Stoel, tafel, bed, bank, lamp, deur, raam, sleutel, keuken, slaapkamer en huishoudelijke spullen.

Woord (中文) Betekenis (Nederlands) Voorbeeldzin & vertaling
房子 (fángzi) het huis 这座房子既宽敞又明亮 (zhè zuò fángzi jì kuānchang yòu míngliàng) — Ons huis staat in een rustige straat.
公寓 (gōngyù) het appartement 我在市中心租了一套公寓 (wǒ zài shìzhōngxīn zū le yī tào gōngyù) — Ik huur een licht appartement.
房间 (fángjiān) de kamer 这个房间的采光非常好 (zhège fángjiān de cǎiguāng fēicháng hǎo) — Deze kamer heeft grote ramen.
厨房 (chúfáng) de keuken 妈妈正在厨房里做晚饭 (māma zhèngzài chúfáng lǐ zuò wǎnfàn) — We koken samen in de keuken.
卧室 (wòshì) de slaapkamer 这间卧室既安静又舒适 (zhè jiān wòshì jì ānjìng yòu shūshì) — De slaapkamer ligt aan de achterkant.
浴室 (yùshì) de badkamer 我去浴室里洗个热水澡 (wǒ qù yùshì lǐ xǐ gè rèshuǐzǎo) — De badkamer is net schoongemaakt.
客厅 (kètīng) de woonkamer 全家人坐在客厅里看电视 (quánjiārén zuò zài kètīng lǐ kàn diànshì) — We zitten gezellig in de woonkamer.
花园 (huāyuán) de tuin 花园里种满了鲜花 (huāyuán lǐ zhòngmǎn le xiānhuā) — We drinken thee in de tuin.
椅子 (yǐzi) de stoel 请坐在这把木头椅子上 (qǐng zuò zài zhè bǎ mùtou yǐzi shàng) — Deze houten stoel zit lekker.
桌子 (zhuōzi) de tafel 桌子上放着一杯热茶 (zhuōzi shàng fàngzhe yī bēi rèchá) — De borden staan op de tafel.

👉 Bestudeer deze set op Flashcards World: 中文 (Chinese) — Huis, kamers, meubels en dagelijkse voorwerpen


Set 4: Eten, drinken, maaltijden en bestellen in een restaurant (32 kaarten)

Water, brood, koffie, thee, melk, kaas, vlees, vis, soep, ontbijt, avondeten, menukaart en de rekening.

Woord (中文) Betekenis (Nederlands) Voorbeeldzin & vertaling
水 (shuǐ) het water 请给我一杯温开水 (qǐng gěi wǒ yī bēi wēnkāishuǐ) — Een glas koud water, alsjeblieft.
面包 (miànbāo) het brood 我早餐喜欢吃烤面包 (wǒ zǎocān xǐhuan chī kǎo miànbāo) — Dit verse brood ruikt heerlijk.
咖啡 (kāfēi) de koffie 我想点一杯不加糖的咖啡 (wǒ xiǎng diǎn yī bēi bù jiā táng de kāfēi) — Wil je een kopje warme koffie?
茶 (chá) de thee 中国人喜欢喝清香的绿茶 (Zhōngguórén xǐhuan hē qīngxiāng de lǜchá) — Ik drink graag groene thee.
牛奶 (niúnǎi) de melk 睡前喝一杯热牛奶有助于睡眠 (hē yī bēi rè niúnǎi) — Drink je koffie met melk?
果汁 (guǒzhī) het sap 这杯鲜榨橙汁非常甜 (zhè bēi xiānzhà chéngzhī fēicháng tián) — Ik drink graag vers sinaasappelsap.
葡萄酒 (pútaojiǔ) de wijn 晚餐时我们喝了一杯红葡萄酒 (hē le yī bēi hóng pútaojiǔ) — Een glas witte wijn bij de vis.
啤酒 (píjiǔ) het bier 夏天喝冰镇啤酒真凉快 (xiàtiān hē bīngzhèn píjiǔ zhēn liángkuai) — Twee koude biertjes op het terras.
奶酪 / 芝士 (nǎilào) de kaas 我喜欢在面包上放一片奶酪 (fàng yī piàn nǎilào) — Een boterham met oude kaas.
黄油 (huángyóu) de boter 烤面包抹上黄油非常香 (kǎo miànbāo mǒ shàng huángyóu fēicháng xiāng) — Smeer wat roomboter op je brood.

👉 Bestudeer deze set op Flashcards World: 中文 (Chinese) — Eten, drinken, maaltijden en bestellen in een restaurant


Set 5: Fruit, groenten en boodschappen in de supermarkt (32 kaarten)

Appel, banaan, sinaasappel, aardbei, tomaat, aardappel, wortel, ui, knoflook, salade, olie en honing.

Woord (中文) Betekenis (Nederlands) Voorbeeldzin & vertaling
水果 (shuǐguǒ) het fruit 饭后吃一点新鲜水果真好 (fànhòu chī yīdiǎn xīnxiān shuǐguǒ) — Vers fruit bevat veel vitamines.
苹果 (píngguǒ) de appel 这个红苹果又脆又甜 (zhège hóng píngguǒ yòu cuì yòu tián) — Ik eet elke dag een appel.
香蕉 (xiāngjiāo) de banaan 熟透的黄香蕉吃起来很香甜 (shútòu de huáng xiāngjiāo) — Een rijpe gele banaan voor onderweg.
橙子 / 橘子 (chéngzi) de sinaasappel 这个橙子水分充足而且很甜 (zhège chéngzi hěn tián) — Ik pel een sappige sinaasappel.
柠檬 (níngméng) de citroen 黄色的柠檬尝起来非常酸 (huángsè de níngméng fēicháng suān) — Een schijfje citroen in de thee.
草莓 (cǎoméi) de aardbei 篮子里装满了鲜红的草莓 (lánzi lǐ zhuāngmǎn le cǎoméi) — Zomerse aardbeien met slagroom.
葡萄 (pútao) de druif 这串紫葡萄洗干净就能吃 (zhè chuàn zǐ pútao hěn tián) — Een tros witte pitloze druiven.
桃子 (táozi) de perzik 夏天成熟的水蜜桃汁水很多 (shuǐmìtáo zhīshuǐ hěn duō) — Een zachte en zoete zomerperzik.
西瓜 (xīguā) de watermeloen 夏天吃一块冰镇西瓜真解渴 (chī yī kuài bīngzhèn xīguā) — Een stuk koude watermeloen.
菠萝 / 凤梨 (bōluó) de ananas 切好的黄金菠萝散发着果香 (qiē hǎo de huángjīn bōluó) — Snijd de verse ananas in stukjes.

👉 Bestudeer deze set op Flashcards World: 中文 (Chinese) — Fruit, groenten en boodschappen in de supermarkt


Set 6: Familie, mensen, vrienden en relaties (32 kaarten)

Moeder, vader, broer, zus, grootouders, man, vrouw, kind, vriend, buurman en collega.

Woord (中文) Betekenis (Nederlands) Voorbeeldzin & vertaling
家庭 (jiātíng) de familie 我的家庭很幸福。 (Wǒ de jiātíng hěn xìngfú.) — Mijn familie woont in deze stad.
母亲 (mǔqīn) de moeder 我妈妈每天做晚饭。 (Wǒ māma měitiān zuò wǎnfàn.) — Mijn moeder kookt elke dag heerlijk eten.
父亲 (fùqīn) de vader 我爸爸在医院工作。 (Wǒ bàba zài yīyuàn gōngzuò.) — Mijn vader werkt in een plaatselijk ziekenhuis.
父母 (fùmǔ) de ouders 我父母今天在家。 (Wǒ fùmǔ jīntiān zàijiā.) — Mijn ouders reizen elke zomer naar zee.
兄弟 (xiōngdì) de broer 我哥哥会弹吉他。 (Wǒ gēge huì tán jítā.) — Mijn broer speelt gitaar in een band.
姐妹 (jiěmèi) de zus 我姐姐在大学读书。 (Wǒ jiějie zài dàxué dúshū.) — Mijn zus studeert geneeskunde aan de universiteit.
儿子 (érzi) de zoon 他们的儿子上小学了。 (Tāmen de érzi shàng xiǎoxué le.) — Hun zoon gaat nu naar de basisschool.
女儿 (nǚ'ér) de dochter 他们的女儿喜欢画画。 (Tāmen de nǚ'ér xǐhuan huàhuà.) — Hun dochter tekent graag kleurrijke plaatjes.
祖父 (zǔfù) de grootvader 我爷爷喜欢讲故事。 (Wǒ yéye xǐhuan jiǎng gùshi.) — Mijn grootvader vertelt elke avond mooie verhalen.
祖母 (zǔmǔ) de grootmoeder 我奶奶周末烤面包。 (Wǒ nǎinai zhōumò kǎo miànbāo.) — Mijn grootmoeder bakt op zondag vers brood.

👉 Bestudeer deze set op Flashcards World: 中文 (Chinese) — Familie, mensen, vrienden en relaties


Set 7: Kleding, schoenen, accessoires en kleuren (32 kaarten)

Overhemd, broek, jurk, jas, schoenen, sokken, hoed, bril, paraplu, rood, blauw, groen, zwart en wit.

Woord (中文) Betekenis (Nederlands) Voorbeeldzin & vertaling
衣服 (yīfu) de kleding 我正在整理干净的衣服。 (Wǒ zhèngzài zhěnglǐ gānjìng de yīfu.) — Ik pak schone kleding in voor de reis.
衬衫 (chènshān) het overhemd 他穿着一件白衬衫。 (Tā chuānzhe yī jiàn bái chènshān.) — Hij draagt een wit overhemd naar kantoor.
T恤衫 (T-xùshān) het T-shirt 夏天我穿棉质T恤衫。 (Xiàtiān wǒ chuān miánzhì T-xùshān.) — Ik draag in de zomer een katoenen T-shirt.
毛衣 (máoyī) de trui 这件羊毛毛衣很暖和。 (Zhè jiàn yángmáo máoyī hěn nuǎnhuo.) — Deze wollen trui houdt mij lekker warm.
夹克 (jiákè) het jasje 出门前请穿上你的夹克。 (Chūmén qián qǐng chuān shàng nǐ de jiákè.) — Trek je jasje aan voordat je naar buiten gaat.
大衣 (dàyī) de winterjas 她把厚大衣挂在门边。 (Tā bǎ hòu dàyī guà zài mén biān.) — Ze hing haar dikke winterjas bij de deur.
西装 (xīzhuāng) het pak 他为婚礼买了一套深色西装。 (Tā wèi hūnlǐ mǎile yī tào shēnsè xīzhuāng.) — Hij kocht een donker pak voor de bruiloft.
连衣裙 (liányīqún) de jurk 她今天穿着漂亮的连衣裙。 (Tā jīntiān chuānzhe piàoliang de liányīqún.) — Zij draagt vandaag een elegante zomerjurk.
裙子 (qúnzi) de rok 这条半身裙很配她的上衣。 (Zhè tiáo bànshēnqún hěn pèi tā de shàngyī.) — Deze rok past goed bij haar blouse.
裤子 (kùzi) de broek 这条黑裤子稍微有点长。 (Zhè tiáo hēi kùzi shāowēi yǒudiǎn cháng.) — Deze zwarte broek is net iets te lang.

👉 Bestudeer deze set op Flashcards World: 中文 (Chinese) — Kleding, schoenen, accessoires en kleuren


Set 8: Lichaamsdelen, gezondheid, dokter en apotheek (32 kaarten)

Hoofd, oog, oor, hand, voet, hart, maag, tand, pijn, koorts, hoest, dokter, ziekenhuis, apotheek en medicijn.

Woord (中文) Betekenis (Nederlands) Voorbeeldzin & vertaling
身体 (shēntǐ) het lichaam 运动使身体健康强壮。 (Yùndòng shǐ shēntǐ jiànkāng qiángzhuàng.) — Beweging houdt het lichaam gezond.
头 (tóu) het hoofd 他点头表示同意。 (Tā diǎntóu biǎoshì tóngyì.) — Hij knikte instemmend met zijn hoofd.
头发 (tóufa) het haar 她每天早上梳长头发。 (Tā měitiān zǎoshang shū cháng tóufa.) — Ze borstelt elke ochtend haar lange haar.
脸 (liǎn) het gezicht 我用冷水洗脸。 (Wǒ yòng lěngshuǐ xǐliǎn.) — Ik was mijn gezicht met koud water.
眼睛 (yǎnjing) het oog 她闭上眼睛睡着了。 (Tā bìshàng yǎnjing shuìzháo le.) — Ze sloot haar ogen en viel in slaap.
耳朵 (ěrduo) het oor 她在我耳边低声说话。 (Tā zài wǒ ěrbiān dīshēng shuōhuà.) — Ze fluisterde een geheim in mijn oor.
鼻子 (bízi) de neus 寒风吹得我鼻子发凉。 (Hánfēng chuī de wǒ bízi fāliáng.) — Mijn neus is koud door de wind.
嘴 (zuǐ) de mond 看牙医时请张大嘴巴。 (Kàn yáyī shí qǐng zhāngdà zuǐba.) — Doe je mond wijd open bij de tandarts.
牙齿 (yáchǐ) de tand 我每天刷两次牙齿。 (Wǒ měitiān shuā liǎng cì yáchǐ.) — Ik poets mijn tanden twee keer per dag.
舌头 (shétou) de tong 热汤烫到了我的舌头。 (Rètāng tàng dàole wǒ de shétou.) — De hete soep verbrandde mijn tong.

👉 Bestudeer deze set op Flashcards World: 中文 (Chinese) — Lichaamsdelen, gezondheid, dokter en apotheek


Set 9: Dieren, huisdieren, natuur en het weer (32 kaarten)

Hond, kat, paard, vogel, vis, leeuw, boom, bloem, bos, berg, zee, rivier, zon, regen, sneeuw en wind.

Woord (中文) Betekenis (Nederlands) Voorbeeldzin & vertaling
动物 (dòngwù) het dier 野生动物在森林里自由生活。 (Yěshēng dòngwù zài sēnlín lǐ zìyóu shēnghuó.) — Wilde dieren leven vrij in het bos.
狗 (gǒu) de hond 小狗在公园里欢快地奔跑。 (Xiǎogǒu zài gōngyuán lǐ huānkuài de bēnpǎo.) — De hond rent vrolijk in het park.
猫 (māo) de kat 猫咪在温暖的沙发上睡觉。 (Māomī zài wēnnuǎn de shāfā shàng shuìjiào.) — De kat slaapt op de warme bank.
鸟 (niǎo) de vogel 一只小鸟在树上唱歌。 (Yī zhī xiǎoniǎo zài shù shàng chànggē.) — Een kleine vogel zingt in de boom.
马 (mǎ) het paard 棕色的马在田野上奔跑。 (Zōngsè de mǎ zài tiányě shàng bēnpǎo.) — Het bruine paard rent door het veld.
奶牛 (nǎiniú) de koe 奶牛在草地上吃新鲜的草。 (Nǎiniú zài cǎodì shàng chī xīnxiān de cǎo.) — Koeien eten vers gras in de wei.
猪 (zhū) het varken 农夫每天早上喂猪。 (Nóngfū měitiān zǎoshang wèi zhū.) — De boer voert de varkens elke ochtend.
绵羊 (miányáng) het schaap 白绵羊在绿山坡上吃草。 (Bái miányáng zài lǜ shānpō shàng chīcǎo.) — Witte schapen grazen op de groene heuvel.
母鸡 (mǔjī) de kip 母鸡每天早上生新鲜鸡蛋。 (Mǔjī měitiān zǎoshang shēng xīnxiān jīdàn.) — De kippen leggen elke ochtend verse eieren.
兔子 (tùzi) het konijn 白兔喜欢吃脆脆的胡萝卜。 (Báitù xǐhuan chī cuìcuì de húluóbo.) — Het witte konijn eet graag verse wortels.

👉 Bestudeer deze set op Flashcards World: 中文 (Chinese) — Dieren, huisdieren, natuur en het weer


Set 10: Reizen, luchthaven, trein, hotel en de weg vragen (32 kaarten)

Vliegtuig, luchthaven, vlucht, paspoort, koffer, ticket, trein, bus, taxi, hotel, reservering, kaart, links, rechts en noord.

Woord (中文) Betekenis (Nederlands) Voorbeeldzin & vertaling
旅行 (lǚxíng) de reis 我们的周末旅行令人难忘。 (Wǒmen de zhōumò lǚxíng lìngrén nánwàng.) — Onze reis naar Rome was onvergetelijk.
机场 (jīchǎng) de luchthaven 请提前两小时到达机场。 (Qǐng tíqián liǎng xiǎoshí dàodá jīchǎng.) — Kom twee uur eerder naar de luchthaven.
飞机 (fēijī) het vliegtuig 飞机准时起飞了。 (Fēijī zhǔnshí qǐfēi le.) — Het vliegtuig vertrok precies op tijd.
航班 (hángbān) de vlucht 我们的直飞航班需要两小时。 (Wǒmen de zhífēi hángbān xūyào liǎng xiǎoshí.) — Onze rechtstreekse vlucht duurt twee uur.
护照 (hùzhào) het paspoort 请在边检处出示您的护照。 (Qǐng zài biānjiǎn chù chūshì nín de hùzhào.) — Toon uw paspoort bij de grenscontrole.
登机牌 (dēngjīpái) de instapkaart 请把登机牌拿在手里。 (Qǐng bǎ dēngjīpái ná zài shǒulǐ.) — Houd uw instapkaart bij de hand.
行李箱 (xínglǐxiāng) de koffer 这个沉重的行李箱有四个轮子。 (Zhège chénzhòng de xínglǐxiāng yǒu sì gè lúnzi.) — Deze zware koffer heeft vier wieltjes.
背包 (bēibāo) de rugzak 我把笔记本电脑放在背包里。 (Wǒ bǎ bǐjìběn diànnǎo fàng zài bēibāo lǐ.) — Ik draag mijn laptop in een rugzak.
火车 (huǒchē) de trein 高速火车从三号站台发车。 (Gāosù huǒchē cóng sān hào zhàntái fāchē.) — De sneltrein vertrekt van spoor drie.
火车站 (huǒchēzhàn) het treinstation 我们在主火车站外面见面吧。 (Wǒmen zài zhǔ huǒchēzhàn wàimiàn jiànmiàn ba.) — Wacht op mij voor het treinstation.

👉 Bestudeer deze set op Flashcards World: 中文 (Chinese) — Reizen, luchthaven, trein, hotel en de weg vragen


Set 11: Plaatsen in de stad, winkels, geld en boodschappen (32 kaarten)

Straat, plein, park, bank, postkantoor, supermarkt, bakkerij, museum, bioscoop, geld, creditcard, prijs en bon.

Woord (中文) Betekenis (Nederlands) Voorbeeldzin & vertaling
城市 (chéngshì) stad 这座城市很大 (zhè zuò chéngshì hěn dà). — Deze stad is erg levendig.
村庄 (cūnzhuāng) dorp 这个村庄很安静 (zhège cūnzhuāng hěn ānjìng). — Ze wonen in een rustig dorp.
市中心 (shìzhōngxīn) centrum 我们去市中心吧 (wǒmen qù shìzhōngxīn ba). — We gaan vandaag naar het centrum.
广场 (guǎngchǎng) plein 广场上有很多人 (guǎngchǎng shàng yǒu hěn duō rén). — Het grote plein is druk.
公园 (gōngyuán) park 孩子们在公园玩 (háizimen zài gōngyuán wán). — Kinderen spelen in het park.
超市 (chāoshì) supermarkt 我去超市买菜 (wǒ qù chāoshì mǎi cài). — Ik koop eten in de supermarkt.
市场 (shìchǎng) markt 市场里有新鲜水果 (shìchǎng lǐ yǒu xīnxiān shuǐguǒ). — Er is vers fruit op de markt.
面包店 (miànbāodiàn) bakkerij 面包店的面包很香 (miànbāodiàn de miànbāo hěn xiāng). — De bakkerij verkoopt vers brood.
书店 (shūdiàn) boekhandel 我在书店买了一本书 (wǒ zài shūdiàn mǎile yì běn shū). — Ik koop een boek in de boekhandel.
服装店 (fúzhuāngdiàn) kledingwinkel 这家服装店打折 (zhè jiā fúzhuāngdiàn dǎzhé). — Deze kledingwinkel heeft jassen.

👉 Bestudeer deze set op Flashcards World: 中文 (Chinese) — Plaatsen in de stad, winkels, geld en boodschappen


Set 12: School, werk, kantoor, technologie en beroepen (32 kaarten)

School, universiteit, leraar, student, boek, pen, computer, telefoon, internet, e-mail, werk, kantoor, ingenieur en advocaat.

Woord (中文) Betekenis (Nederlands) Voorbeeldzin & vertaling
学校 (xuéxiào) school 学校八点开始上课 (xuéxiào bā diǎn kāishǐ shàngkè). — De school begint om acht uur.
大学 (dàxué) universiteit 她在大学里读书 (tā zài dàxué lǐ dúshū). — Ze studeert aan de universiteit.
教室 (jiàoshì) klasokaal 教室里非常安静 (jiàoshì lǐ fēicháng ānjìng). — Het klaslokaal is erg licht.
课 (kè) les 今天的课很有趣 (jīntiān de kè hěn yǒuqù). — De les begint om tien uur.
作业 (zuòyè) huiswerk 我已经写完作业了 (wǒ yǐjīng xiěwán zuòyè le). — Ik maak nu mijn huiswerk.
考试 (kǎoshì) examen 她通过了期末考试 (tā tōngguòle qīmò kǎoshì). — Ze is geslaagd voor het examen.
书 (shū) boek 这本书非常有意思 (zhè běn shū fēicháng yǒuyìsi). — Dit boek heeft een mooi verhaal.
笔记本 (bǐjìběn) schrift 请把重点记在笔记本上 (qǐng bǎ zhòngdiǎn jì zài bǐjìběn shàng). — Schrijf de woorden in je schrift.
页 (yè) pagina 请翻到第十页 (qǐng fāndào dì shí yè). — Lees nu pagina tien.
钢笔 (gāngbǐ) pen 我有一支黑色的钢笔 (wǒ yǒu yì zhī hēisè de gāngbǐ). — Mag ik jouw pen lenen?

👉 Bestudeer deze set op Flashcards World: 中文 (Chinese) — School, werk, kantoor, technologie en beroepen


Set 13: De 32 belangrijkste dagelijkse actiewerkwoorden (32 kaarten)

Zijn, hebben, gaan, komen, doen, eten, drinken, slapen, spreken, lezen, schrijven, kopen, werken en leren.

Woord (中文) Betekenis (Nederlands) Voorbeeldzin & vertaling
是 (shì) zijn 他是我的好朋友 (tā shì wǒ de hǎo péngyou). — Ik ben helemaal klaar.
有 (yǒu) hebben 我有两个好消息 (wǒ yǒu liǎng gè hǎo xiāoxi). — We hebben een grote tuin.
去 (qù) gaan 我明天去北京出差 (wǒ míngtiān qù Běijīng chūchāi). — Ik ga morgen naar Amsterdam.
来 (lái) komen 欢迎你来我家做客 (huānyíng nǐ lái wǒ jiā zuòkè). — Kom je vanavond bij ons?
做 (zuò) maken 妈妈在做美味的晚餐 (māma zài zuò měiwèi de wǎncān). — Zij maakt een lekkere taart.
吃 (chī) eten 我们中午十二点吃饭 (wǒmen zhōngwǔ shí'èr diǎn chīfàn). — We eten om zes uur.
喝 (hē) drinken 请多喝一点温水 (qǐng duō hē yìdiǎn wēnshuǐ). — Ik drink graag koude melk.
睡觉 (shuìjiào) slapen 我每天晚上十点睡觉 (wǒ měitiān wǎnshang shí diǎn shuìjiào). — Ik slaap acht uur per nacht.
醒来 (xǐnglái) wakker worden 我早上六点钟醒来 (wǒ zǎoshang liù diǎnzhōng xǐnglái). — Ik word om zeven uur wakker.
说 (shuō) spreken 她能流利地说三种语言 (tā néng liúlì de shuō sān zhǒng yǔyán). — Zij spreekt vloeiend Frans.

👉 Bestudeer deze set op Flashcards World: 中文 (Chinese) — De 32 belangrijkste dagelijkse actiewerkwoorden


Set 14: De 32 belangrijkste bijvoeglijke naamwoorden en tegenstellingen (32 kaarten)

Groot, klein, goed, slecht, warm, koud, nieuw, oud, snel, langzaam, duur, goedkoop, makkelijk, moeilijk, schoon en vuil.

Woord (中文) Betekenis (Nederlands) Voorbeeldzin & vertaling
大 (dà) groot 他们住在一栋大房子里 (tāmen zhù zài yí dòng dà fángzi lǐ). — Ze wonen in een groot huis.
小 (xiǎo) klein 这个小包非常方便 (zhège xiǎobāo fēicháng fāngbiàn). — Dit is een klein kopje.
好 (hǎo) goed 这是一个很好的主意 (zhè shì yígè hěn hǎo de zhǔyi). — Dat is een goed idee.
坏 (huài) slecht 今天的天气不太好 (jīntiān de tiānqì bú tài hǎo). — Het weer is vandaag slecht.
新 (xīn) nieuw 我买了一双新鞋子 (wǒ mǎile yì shuāng xīn xiézi). — Ik heb een nieuwe fiets.
旧 (jiù) oud 这座石头桥很古老 (zhè zuò shítou qiáo hěn gǔlǎo). — Dat kasteel is heel oud.
年轻 (niánqīng) jong 这位新老师很年轻 (zhè wèi xīn lǎoshī hěn niánqīng). — De jonge hond rent snel.
热 (rè) heet 小心,这碗汤很烫 (xiǎoxīn, zhè wǎn tāng hěn tàng). — Pas op, de soep is heet.
冷 (lěng) koud 冬天的风吹着很冷 (dōngtiān de fēng chuīzhe hěn lěng). — De winterwind is erg koud.
暖和 (nuǎnhuo) warm 春天的阳光很暖和 (chūntiān de yángguāng hěn nuǎnhuo). — Draag vandaag een warme trui.

👉 Bestudeer deze set op Flashcards World: 中文 (Chinese) — De 32 belangrijkste bijvoeglijke naamwoorden en tegenstellingen


Set 15: Gevoelens, emoties, persoonlijkheid en hobby's (32 kaarten)

Gelukkig, verdrietig, moe, boos, kalm, enthousiast, trots, vriendelijk, eerlijk, muziek, film, sport, zwemmen en koken.

Woord (中文) Betekenis (Nederlands) Voorbeeldzin & vertaling
开心 (kāixīn) blij 听到好消息她很开心 (tīngdào hǎo xiāoxi tā hěn kāixīn). — Ik ben erg blij vandaag.
难过 (nánguò) verdrietig 电影的结局有点让人难过 (diànyǐng de jiéjú yǒudiǎn ràng rén nánguò). — Het einde van de film is verdrietig.
累 (lèi) moe 跑完步我觉得有点累 (pǎowán bù wǒ juéde yǒudiǎn lèi). — Ik ben moe na het sporten.
生气 (shēngqì) boos 请不要生我的气 (qǐng búyào shēng wǒ de qì). — Wees alsjeblieft niet boos.
平静 (píngjìng) kalm 蔚蓝的大海很平静 (wèilán de dàhǎi hěn píngjìng). — De blauwe zee is kalm.
紧张 (jǐnzhāng) zenuwachtig 考试前我有点儿紧张 (kǎoshì qián wǒ yǒudiǎnr jǐnzhāng). — Ik ben zenuwachtig voor de test.
兴奋 (xīngfèn) enthousiast 孩子们对旅行感到很兴奋 (háizimen duì lǚxíng gǎndào hěn xīngfèn). — De kinderen zijn erg enthousiast.
惊讶 (jīngyà) verrast 收到礼物他感到很惊讶 (shōudào lǐwù tā gǎndào hěn jīngyà). — Hij was verrast door het cadeau.
骄傲 (jiāo'ào) trots 父母为她感到非常骄傲 (fùmǔ wèi tā gǎndào fēicháng jiāo'ào). — Haar ouders zijn trots op haar.
担心 (dānxīn) bezorgd 请别为明天的天气担心 (qǐng bié wèi míngtiān de tiānqì dānxīn). — Maak je maar niet bezorgd.

👉 Bestudeer deze set op Flashcards World: 中文 (Chinese) — Gevoelens, emoties, persoonlijkheid en hobby's


Dagelijkse 15-minuten studieroutine met Spaced Repetition

Bestudeer elke 2–3 dagen één thematische set (10–15 nieuwe kaarten per dag) en spreek elke voorbeeldzin hardop uit.