Language Learning (CEFR A1–C2) Nederlands 15 Interactive Flashcard Decks

De beste flashcard-sets om Türkçe (Turkish) woordenschat te leren: A1–B2 Gids

Leer de 480 belangrijkste dagelijkse woorden en zinnen in het Türkçe (Turkish) via 15 thematische flashcard-sets (A1–B2) met voorbeeldzinnen en spaced repetition.

Klaar om direct te beginnen met oefenen?

Om vol vertrouwen Türkçe (Turkish) te spreken in het dagelijks leven, leer je eerst de 480 meest gebruikte concrete woorden en uitdrukkingen, verdeeld over 15 praktische thema's met Active Recall en Spaced Repetition (FSRS-4.5).


Waarom concrete dagelijkse woordenschat het snelst werkt

Door concrete zelfstandige naamwoorden te combineren met de 32 belangrijkste werkwoorden en 32 bijvoeglijke naamwoorden kun je vanaf week één duizenden eigen zinnen maken.


De 15 essentiële thematische Türkçe flashcard-sets (480 kernwoorden)

Set 1: Begroetingen, beleefde woorden en dagelijkse zinnen (32 kaarten)

Hallo, goedemorgen, alstublieft, dank u wel, pardon en essentiële eerste gesprekken.

Woord (Türkçe) Betekenis (Nederlands) Voorbeeldzin & vertaling
Merhaba Hallo Merhaba, günün nasıl geçiyor? — Hallo, hoe is je dag?
Günaydın Goedemorgen Günaydın, iyi uyudun mu? — Goedemorgen, heb je goed geslapen?
Tünaydın Goedemiddag Tünaydın, mağazamıza hoş geldiniz. — Goedemiddag, welkom in onze winkel.
İyi akşamlar Goedenavond İyi akşamlar, akşam yemeği hazır. — Goedenavond, het eten is klaar.
İyi geceler Welterusten İyi geceler, tatlı rüyalar gör. — Welterusten, slaap lekker vannacht.
Hoşça kal Tot ziens Hoşça kal, yakında görüşürüz. — Tot ziens, tot snel weer.
Yarın görüşürüz Tot morgen Yarın sabah işte görüşürüz. — Tot morgenochtend op het werk.
Lütfen Alsjeblieft Lütfen bana suyu uzat. — Geef me het water, alsjeblieft.
Teşekkürler Dank je Yardımın için teşekkür ederim. — Dank je voor je hulp.
Çok teşekkürler Hartelijk dank Her şey için çok teşekkürler. — Hartelijk dank voor alles vandaag.

👉 Bestudeer deze set op Flashcards World: Türkçe (Turkish) — Begroetingen, beleefde woorden en dagelijkse zinnen


Set 2: Getallen, dagen van de week, maanden en tijd (32 kaarten)

Basisgetallen, maandag tot zondag, seizoenen, vandaag, morgen en klokkijken.

Woord (Türkçe) Betekenis (Nederlands) Voorbeeldzin & vertaling
bir (1) één (1) Bugün için bir biletim var. — Ik heb één kaartje voor vandaag.
iki (2) twee (2) İki kişilik bir masa lütfen. — Een tafel voor twee personen.
üç (3) drie (3) Evimizde üç tane kedi var. — We hebben drie katten thuis.
dört (4) vier (4) Burada dört sandalye var. — Er staan hier vier stoelen.
beş (5) vijf (5) Bana lütfen beş dakika verin. — Geef me alsjeblieft vijf minuten.
altı (6) zes (6) Sabah saat altıda uyanırım. — Ik sta om zes uur op.
yedi (7) zeven (7) Bir haftada yedi gün vardır. — Een week heeft zeven dagen.
sekiz (8) acht (8) Ders saat sekizde başlıyor. — De les begint om acht uur.
dokuz (9) negen (9) Tren saat dokuzda kalkıyor. — De trein vertrekt om negen uur.
on (10) tien (10) Bu defter on lira tutuyor. — Dit boek kost tien euro.

👉 Bestudeer deze set op Flashcards World: Türkçe (Turkish) — Getallen, dagen van de week, maanden en tijd


Set 3: Huis, kamers, meubels en dagelijkse voorwerpen (32 kaarten)

Stoel, tafel, bed, bank, lamp, deur, raam, sleutel, keuken, slaapkamer en huishoudelijke spullen.

Woord (Türkçe) Betekenis (Nederlands) Voorbeeldzin & vertaling
ev het huis Evimiz parkın hemen yanında. — Ons huis staat in een rustige straat.
daire het appartement Üçüncü katta bir daire kiraladım. — Ik huur een licht appartement.
oda de kamer Bu oda bütün gün güneş alıyor. — Deze kamer heeft grote ramen.
mutfak de keuken Annem mutfakta yemek pişiriyor. — We koken samen in de keuken.
yatak odası de slaapkamer Yatak odası oldukça sessiz. — De slaapkamer ligt aan de achterkant.
banyo de badkamer Banyoda ellerimi sabunla yıkadım. — De badkamer is net schoongemaakt.
oturma odası de woonkamer Akşamları oturma odasında dinleniriz. — We zitten gezellig in de woonkamer.
bahçe de tuin Bahçede rengarenk çiçekler açmış. — We drinken thee in de tuin.
sandalye de stoel Lütfen bu sandalyeye oturun. — Deze houten stoel zit lekker.
masa de tafel Tabaklar yemek masasının üzerinde. — De borden staan op de tafel.

👉 Bestudeer deze set op Flashcards World: Türkçe (Turkish) — Huis, kamers, meubels en dagelijkse voorwerpen


Set 4: Eten, drinken, maaltijden en bestellen in een restaurant (32 kaarten)

Water, brood, koffie, thee, melk, kaas, vlees, vis, soep, ontbijt, avondeten, menukaart en de rekening.

Woord (Türkçe) Betekenis (Nederlands) Voorbeeldzin & vertaling
su het water Bir bardak soğuk su lütfen. — Een glas koud water, alsjeblieft.
ekmek het brood Fırından taze ve sıcak ekmek aldım. — Dit verse brood ruikt heerlijk.
kahve de koffie Sabahları şekersiz Türk kahvesi içerim. — Wil je een kopje warme koffie?
çay de thee İnce belli bardakta sıcak çay. — Ik drink graag groene thee.
süt de melk Yatmadan önce ılık süt içtim. — Drink je koffie met melk?
meyve suyu het sap Taze sıkılmış portakal suyu. — Ik drink graag vers sinaasappelsap.
şarap de wijn Akşam yemeğinde bir kadeh kırmızı şarap. — Een glas witte wijn bij de vis.
bira het bier Soğuk bir bardak bira söyledik. — Twee koude biertjes op het terras.
peynir de kaas Kahvaltıda beyaz peynir ve zeytin yedim. — Een boterham met oude kaas.
tereyağı de boter Sıcak ekmeğe taze tereyağı sürdüm. — Smeer wat roomboter op je brood.

👉 Bestudeer deze set op Flashcards World: Türkçe (Turkish) — Eten, drinken, maaltijden en bestellen in een restaurant


Set 5: Fruit, groenten en boodschappen in de supermarkt (32 kaarten)

Appel, banaan, sinaasappel, aardbei, tomaat, aardappel, wortel, ui, knoflook, salade, olie en honing.

Woord (Türkçe) Betekenis (Nederlands) Voorbeeldzin & vertaling
meyve het fruit Yazın bol bol taze meyve yeriz. — Vers fruit bevat veel vitamines.
elma de appel Kırmızı elma oldukça sulu ve tatlı. — Ik eet elke dag een appel.
muz de banaan Kahvaltıda süt ve muz yedim. — Een rijpe gele banaan voor onderweg.
portakal de sinaasappel Kışın bol bol sulu portakal yeriz. — Ik pel een sappige sinaasappel.
limon de citroen Çorbaya biraz taze limon sıktım. — Een schijfje citroen in de thee.
çilek de aardbei Bahçeden taze kırmızı çilek topladık. — Zomerse aardbeien met slagroom.
üzüm de druif Sofrada bir salkım çekirdeksiz üzüm var. — Een tros witte pitloze druiven.
şeftali de perzik Yazın sulu Bursa şeftalisi çok sevilir. — Een zachte en zoete zomerperzik.
karpuz de watermeloen Yaz akşamlarında soğuk karpuz keseriz. — Een stuk koude watermeloen.
ananas de ananas Dilimlenmiş taze tropikal ananas. — Snijd de verse ananas in stukjes.

👉 Bestudeer deze set op Flashcards World: Türkçe (Turkish) — Fruit, groenten en boodschappen in de supermarkt


Set 6: Familie, mensen, vrienden en relaties (32 kaarten)

Moeder, vader, broer, zus, grootouders, man, vrouw, kind, vriend, buurman en collega.

Woord (Türkçe) Betekenis (Nederlands) Voorbeeldzin & vertaling
aile de familie Ailem bu şehirde yaşıyor. — Mijn familie woont in deze stad.
anne de moeder Annem her gün lezzetli yemekler pişirir. — Mijn moeder kookt elke dag heerlijk eten.
baba de vader Babam yerel bir hastanede çalışıyor. — Mijn vader werkt in een plaatselijk ziekenhuis.
ebeveynler de ouders Annem ve babam her yaz tatile gider. — Mijn ouders reizen elke zomer naar zee.
erkek kardeş de broer Kardeşim bir grupta gitar çalıyor. — Mijn broer speelt gitaar in een band.
kız kardeş de zus Kız kardeşim üniversitede tıp okuyor. — Mijn zus studeert geneeskunde aan de universiteit.
oğul de zoon Oğulları şimdi ilkokula gidiyor. — Hun zoon gaat nu naar de basisschool.
kız evlat de dochter Kızları renkli resimler çizmeyi çok seviyor. — Hun dochter tekent graag kleurrijke plaatjes.
büyükbaba de grootvader Dedem her akşam harika hikayeler anlatır. — Mijn grootvader vertelt elke avond mooie verhalen.
büyükanne de grootmoeder Anneannem pazar günleri taze ekmek pişirir. — Mijn grootmoeder bakt op zondag vers brood.

👉 Bestudeer deze set op Flashcards World: Türkçe (Turkish) — Familie, mensen, vrienden en relaties


Set 7: Kleding, schoenen, accessoires en kleuren (32 kaarten)

Overhemd, broek, jurk, jas, schoenen, sokken, hoed, bril, paraplu, rood, blauw, groen, zwart en wit.

Woord (Türkçe) Betekenis (Nederlands) Voorbeeldzin & vertaling
kıyafetler de kleding Hafta sonu gezisi için temiz kıyafetler alıyorum. — Ik pak schone kleding in voor de reis.
gömlek het overhemd Ofise giderken beyaz bir gömlek giyiyor. — Hij draagt een wit overhemd naar kantoor.
tişört het T-shirt Yazın pamuklu bir tişört giyerim. — Ik draag in de zomer een katoenen T-shirt.
kazak de trui Bu yün kazak kışın beni sıcak tutuyor. — Deze wollen trui houdt mij lekker warm.
ceket het jasje Dışarı çıkmadan önce ceketini giy. — Trek je jasje aan voordat je naar buiten gaat.
palto de winterjas Kalın paltosunu kapının yanına astı. — Ze hing haar dikke winterjas bij de deur.
takım elbise het pak Düğün için koyu renk bir takım elbise aldı. — Hij kocht een donker pak voor de bruiloft.
elbise de jurk Bugün çok şık bir yazlık elbise giyiyor. — Zij draagt vandaag een elegante zomerjurk.
etek de rok Bu pilili etek bluzuyla çok iyi uyuyor. — Deze rok past goed bij haar blouse.
pantolon de broek Bu siyah pantolon biraz fazla uzun. — Deze zwarte broek is net iets te lang.

👉 Bestudeer deze set op Flashcards World: Türkçe (Turkish) — Kleding, schoenen, accessoires en kleuren


Set 8: Lichaamsdelen, gezondheid, dokter en apotheek (32 kaarten)

Hoofd, oog, oor, hand, voet, hart, maag, tand, pijn, koorts, hoest, dokter, ziekenhuis, apotheek en medicijn.

Woord (Türkçe) Betekenis (Nederlands) Voorbeeldzin & vertaling
vücut het lichaam Düzenli egzersiz vücudu güçlü tutar. — Beweging houdt het lichaam gezond.
baş het hoofd Onaylamak için başını salladı. — Hij knikte instemmend met zijn hoofd.
saç het haar Her sabah uzun saçlarını fırçalıyor. — Ze borstelt elke ochtend haar lange haar.
yüz het gezicht Yüzümü soğuk suyla yıkıyorum. — Ik was mijn gezicht met koud water.
göz het oog Gözlerini kapattı ve hemen uyudu. — Ze sloot haar ogen en viel in slaap.
kulak het oor Kulağıma sessizce bir sır fısıldadı. — Ze fluisterde een geheim in mijn oor.
burun de neus Kış rüzgarından burnum çok üşüdü. — Mijn neus is koud door de wind.
ağız de mond Dişçide ağzınızı lütfen iyice açın. — Doe je mond wijd open bij de tandarts.
diş de tand Günde iki kez dişlerimi fırçalıyorum. — Ik poets mijn tanden twee keer per dag.
dil de tong Sıcak çorba dilimi yaktı. — De hete soep verbrandde mijn tong.

👉 Bestudeer deze set op Flashcards World: Türkçe (Turkish) — Lichaamsdelen, gezondheid, dokter en apotheek


Set 9: Dieren, huisdieren, natuur en het weer (32 kaarten)

Hond, kat, paard, vogel, vis, leeuw, boom, bloem, bos, berg, zee, rivier, zon, regen, sneeuw en wind.

Woord (Türkçe) Betekenis (Nederlands) Voorbeeldzin & vertaling
hayvan het dier Vahşi hayvanlar ormanda özgürce yaşar. — Wilde dieren leven vrij in het bos.
köpek de hond Köpek parkta neşeyle koşuyor. — De hond rent vrolijk in het park.
kedi de kat Kedi sıcak koltuğun üzerinde uyuyor. — De kat slaapt op de warme bank.
kuş de vogel Küçük bir kuş ağaçta şarkı söylüyor. — Een kleine vogel zingt in de boom.
at het paard Kahverengi at tarlada dörtnala koşuyor. — Het bruine paard rent door het veld.
inek de koe İnekler çayırda taze ot yiyor. — Koeien eten vers gras in de wei.
domuz het varken Çiftçi her sabah domuzları besliyor. — De boer voert de varkens elke ochtend.
koyun het schaap Beyaz koyunlar yeşil tepede otluyor. — Witte schapen grazen op de groene heuvel.
tavuk de kip Tavuklar her sabah taze yumurta yumurtlar. — De kippen leggen elke ochtend verse eieren.
tavşan het konijn Beyaz tavşan kıtır havuç yemeyi çok sever. — Het witte konijn eet graag verse wortels.

👉 Bestudeer deze set op Flashcards World: Türkçe (Turkish) — Dieren, huisdieren, natuur en het weer


Set 10: Reizen, luchthaven, trein, hotel en de weg vragen (32 kaarten)

Vliegtuig, luchthaven, vlucht, paspoort, koffer, ticket, trein, bus, taxi, hotel, reservering, kaart, links, rechts en noord.

Woord (Türkçe) Betekenis (Nederlands) Voorbeeldzin & vertaling
yolculuk de reis Hafta sonu Roma gezimiz unutulmazdı. — Onze reis naar Rome was onvergetelijk.
havalimanı de luchthaven Havalimanına iki saat erken gelin. — Kom twee uur eerder naar de luchthaven.
uçak het vliegtuig Uçak tam zamanında havalandı. — Het vliegtuig vertrok precies op tijd.
uçuş de vlucht Paris'e direkt uçuşumuz iki saat sürüyor. — Onze rechtstreekse vlucht duurt twee uur.
pasaport het paspoort Sınır kontrolünde pasaportunuzu gösterin. — Toon uw paspoort bij de grenscontrole.
biniş kartı de instapkaart Biniş kartınızı elinizde hazır tutun. — Houd uw instapkaart bij de hand.
bavul de koffer Bu ağır bavulun dört tekerleği var. — Deze zware koffer heeft vier wieltjes.
sırt çantası de rugzak Bilgisayarımı su geçirmez sırt çantasında taşıyorum. — Ik draag mijn laptop in een rugzak.
tren de trein Hızlı tren üç numaralı perondan kalkıyor. — De sneltrein vertrekt van spoor drie.
tren istasyonu het treinstation Ana tren istasyonunun önünde buluşalım. — Wacht op mij voor het treinstation.

👉 Bestudeer deze set op Flashcards World: Türkçe (Turkish) — Reizen, luchthaven, trein, hotel en de weg vragen


Set 11: Plaatsen in de stad, winkels, geld en boodschappen (32 kaarten)

Straat, plein, park, bank, postkantoor, supermarkt, bakkerij, museum, bioscoop, geld, creditcard, prijs en bon.

Woord (Türkçe) Betekenis (Nederlands) Voorbeeldzin & vertaling
şehir stad Bu şehir çok canlıdır. — Deze stad is erg levendig.
köy dorp Sakin bir köyde yaşıyorlar. — Ze wonen in een rustig dorp.
merkez centrum Bugün şehir merkezine gidiyoruz. — We gaan vandaag naar het centrum.
meydan plein Ana meydan çok kalabalık. — Het grote plein is druk.
park park Çocuklar parkta oyun oynuyor. — Kinderen spelen in het park.
süpermarket supermarkt Süpermarketten süt aldım. — Ik koop eten in de supermarkt.
pazar markt Pazarda taze meyve var. — Er is vers fruit op de markt.
fırın bakkerij Fırından sıcak ekmek aldım. — De bakkerij verkoopt vers brood.
kitabevi boekhandel Kitabevinden yeni bir roman aldım. — Ik koop een boek in de boekhandel.
giyim mağazası kledingwinkel Bu giyim mağazası çok uygun. — Deze kledingwinkel heeft jassen.

👉 Bestudeer deze set op Flashcards World: Türkçe (Turkish) — Plaatsen in de stad, winkels, geld en boodschappen


Set 12: School, werk, kantoor, technologie en beroepen (32 kaarten)

School, universiteit, leraar, student, boek, pen, computer, telefoon, internet, e-mail, werk, kantoor, ingenieur en advocaat.

Woord (Türkçe) Betekenis (Nederlands) Voorbeeldzin & vertaling
okul school Okul sabah sekizde başlıyor. — De school begint om acht uur.
üniversite universiteit Üniversitede hukuk okuyor. — Ze studeert aan de universiteit.
sınıf klasokaal Sınıfımız çok aydınlık ve geniş. — Het klaslokaal is erg licht.
ders les Bugünkü ders çok ilginçti. — De les begint om tien uur.
ödev huiswerk Ev ödevimi erken bitirdim. — Ik maak nu mijn huiswerk.
sınav examen Yarın önemli bir sınavım var. — Ze is geslaagd voor het examen.
kitap boek Bu kitap gerçekten çok sürükleyici. — Dit boek heeft een mooi verhaal.
defter schrift Notlarını bu deftere yaz. — Schrijf de woorden in je schrift.
sayfa pagina Kitabın onuncu sayfasını açın. — Lees nu pagina tien.
tükenmez kalem pen Mavi bir kalemin var mı? — Mag ik jouw pen lenen?

👉 Bestudeer deze set op Flashcards World: Türkçe (Turkish) — School, werk, kantoor, technologie en beroepen


Set 13: De 32 belangrijkste dagelijkse actiewerkwoorden (32 kaarten)

Zijn, hebben, gaan, komen, doen, eten, drinken, slapen, spreken, lezen, schrijven, kopen, werken en leren.

Woord (Türkçe) Betekenis (Nederlands) Voorbeeldzin & vertaling
olmak zijn Bugün çok mutlu oldum. — Ik ben helemaal klaar.
sahip olmak hebben İki küçük köpeğimiz var. — We hebben een grote tuin.
gitmek gaan Her sabah işe erken giderim. — Ik ga morgen naar Amsterdam.
gelmek komen Akşam bize yemeğe gel. — Kom je vanavond bij ons?
yapmak maken Sabahları taze kahve yaparım. — Zij maakt een lekkere taart.
yemek eten Öğle yemeğini birlikte yiyoruz. — We eten om zes uur.
içmek drinken Günde iki litre su içerim. — Ik drink graag koude melk.
uyumak slapen Bebek mışıl mışıl uyuyor. — Ik slaap acht uur per nacht.
uyanmak wakker worden Her sabah saat altıda uyanırım. — Ik word om zeven uur wakker.
konuşmak spreken O üç dili akıcı konuşuyor. — Zij spreekt vloeiend Frans.

👉 Bestudeer deze set op Flashcards World: Türkçe (Turkish) — De 32 belangrijkste dagelijkse actiewerkwoorden


Set 14: De 32 belangrijkste bijvoeglijke naamwoorden en tegenstellingen (32 kaarten)

Groot, klein, goed, slecht, warm, koud, nieuw, oud, snel, langzaam, duur, goedkoop, makkelijk, moeilijk, schoon en vuil.

Woord (Türkçe) Betekenis (Nederlands) Voorbeeldzin & vertaling
büyük groot Büyük bir bahçeleri var. — Ze wonen in een groot huis.
küçük klein Bu küçük çanta çok kullanışlı. — Dit is een klein kopje.
iyi goed Bu gerçekten çok iyi bir fikir. — Dat is een goed idee.
kötü slecht Bugün dışarıda hava çok kötü. — Het weer is vandaag slecht.
yeni nieuw Kendime yeni bir ayakkabı aldım. — Ik heb een nieuwe fiets.
eski oud Tepedeki kale oldukça eski. — Dat kasteel is heel oud.
genç jong Yeni doktorumuz oldukça genç. — De jonge hond rent snel.
sıcak heet Dikkat et, çorba çok sıcak. — Pas op, de soep is heet.
soğuk koud Kış rüzgarı bugün çok soğuk. — De winterwind is erg koud.
ılık warm Bahar güneşi bugün çok ılık. — Draag vandaag een warme trui.

👉 Bestudeer deze set op Flashcards World: Türkçe (Turkish) — De 32 belangrijkste bijvoeglijke naamwoorden en tegenstellingen


Set 15: Gevoelens, emoties, persoonlijkheid en hobby's (32 kaarten)

Gelukkig, verdrietig, moe, boos, kalm, enthousiast, trots, vriendelijk, eerlijk, muziek, film, sport, zwemmen en koken.

Woord (Türkçe) Betekenis (Nederlands) Voorbeeldzin & vertaling
mutlu blij Güzel haberle çok mutlu oldu. — Ik ben erg blij vandaag.
üzgün verdrietig Filmin sonu biraz üzücüydü. — Het einde van de film is verdrietig.
yorgun moe Koşudan sonra kendimi yorgun hissediyorum. — Ik ben moe na het sporten.
kızgın boos Lütfen bana kızgın olma. — Wees alsjeblieft niet boos.
sakin kalm Mavi deniz bugün çok sakin. — De blauwe zee is kalm.
gergin zenuwachtig Sınavdan önce biraz heyecanlıyım. — Ik ben zenuwachtig voor de test.
heyecanlı enthousiast Çocuklar gezi için çok heyecanlı. — De kinderen zijn erg enthousiast.
şaşırmış verrast Sürpriz hediyeye çok şaşırdı. — Hij was verrast door het cadeau.
gururlu trots Ailesi onunla gurur duyuyor. — Haar ouders zijn trots op haar.
endişeli bezorgd Yağmur için hiç endişelenme. — Maak je maar niet bezorgd.

👉 Bestudeer deze set op Flashcards World: Türkçe (Turkish) — Gevoelens, emoties, persoonlijkheid en hobby's


Dagelijkse 15-minuten studieroutine met Spaced Repetition

Bestudeer elke 2–3 dagen één thematische set (10–15 nieuwe kaarten per dag) en spreek elke voorbeeldzin hardop uit.